Opzet

  1. Wat zijn je wensen/eisen, voorkeuren welke uitstraling moet de beplanting hebben?
  2. Groeiplaatsfactoren altijd in acht nemen (juiste plant op de juiste plek).
    • zon/schaduw/halfschaduw
    • grondsoort (zo min mogelijk kunstgrepen)
    • zuurgraad
    • nat/droog
    • microklimaat/ niches
    • concurrentiekracht
    • (gebruik Siebercode of Hanssen/Müssel)(bondgenoten zoeken)
  3. Ansluiten bij stijl en sfeer. E.e.a. hangt af van ontwerp, woning, omgeving.
    • formeel
    • informeel
    • wild (naturalistisch)
    • klassiek
    • modern
    • strak
    • minimalistisch
    • stilistisch

  4. Dan opnieuw naar eerste wensen/eisen kijken.
    • keuzes maken, strepen (kunst van het weglaten)
    • eventueel thema kiezen of inspiratiebron zoeken
    • kijk naar woning en omgevingsfactoren
    • tuin onderdeel van landschap
    • geleend landschap
    • afzonderlijke tuin


SOORTEN BEPLANTING

  • TOONZETTERS bijv. bomen, solitaire heesters MASSA vlakken van minstens manshoge heesters/hagen/vaste planten
  • SOLITAIRS grotere (architectorale) planten
  • BODEMBEDEKKENDE PLANTEN ruim begrip, zo'n beetje de rest
  • ACCENTEN


BEPLANTINGSTYPEN (strategien)(naar Borchardt)

BEPLANTING VAN EEN SOORT

monotoon, uit vormgeversdrang, voor luie mensen, wel onderhoudsarm, vaak uit   onwetendheid, resultaatgevend, hier kunnen accenten (bijv. in bodembedekkers) e.e.a. verlevendigen

GESTRUCTUREERDE VLAKVERDELING

formeel, blokpatroon, geometrische vlakverdeling, golfbewegingen, aaneenrijging van soorten, vaak in openbaar groen, soms goed passend; robuuste blokken in architecturale (stedelijke) omgeving, traditionele opzet van combinaties

PLANTENMOZAIK

vlekken (relatief klein formaat) van steeds een andere soort, al een natuurlijker karakter en een minder vast patroon met herhaling van soorten

KERNGROEPEN IN LAGE ONDERGROEI

herhaling van harmonieuze composities met daartussen verbindende bodembedekking, minder stringent zeker als je wisselt met samenstelling en aantallen van soorten binnen de groepen

MENGBEPLANTINGEN

mix van verschillende soorten (van 2 tot meer dan 20), gaat voorbij aan regels van vlakverdeling, groepsopbouw, hoogteverdeling ed.= op de standplaats geënt (groeiplaatsfactoren, Siebercode) evt. met een of meerdere aspectbepalende basisplanten, structuur- en vulplanten. Aantallen als afgeleide van percentages, zelfregulerend, esthetisch en harmonieus geheel, vaak droogteresistent, bijv "silbersommer", "präiriemorgen

BIOTOOPBEPLANTING (HABITATBEPLANTING)

soortkeuze op basis van gelijke groeiplaatseisen en concurrentiekracht, juiste plant op de juiste plaats (wel uitheemse soorten toegestaan), naturalistisch, aanleg is simpel, onderhoudsextensief (wel kennis van planten), 5 categoriën; solitairen, structuurplanten, vul/weefplanten, bodembedekkende- en strooiplanten (1-jarigen en bollen), vaak gebruikmakend van standplaatstrouwe (langlevende) naast expansieve planten (kortlevend en vaak uitzaaiend)(Hansen)


4 Punten doorlopen? dan 1 geschiktheidslijst maken
2 beplantingsplan/schema maken op schaal
3 bestellijst opstellen, concessies beperken/bespreken, manko’s
uitstellen